Beste vrienden
"Ze begonnen te morren tegen Mozes!" Dat klinkt toch zeer verwijtend. Alsof we dat niet echt kunnen begrijpen! Er werd aan het volk een land van melk en honig beloofd, en nu staan ze daar in het midden van de woestijn, met alleen maar distels en dorens om hen heen. En het einde is nog lang niet in zicht! Dan is het toch niet zo verwonderlijk dat het volk mort, dat het zich afvraagt waarom het voor de beloftes van die God, de weinige zekerheden die ze in Egypte hadden, allemaal hebben achtergelaten?
Wat hebben ze nu aan die God? Waar zijn ze nu, ondanks al dat vertrouwen in Gods leiding, in beland? Doornstruiken heeft Hij hen gebracht, en wat kan je in hemelsnaam ook anders verwachten van een God die zich in een doornstruik openbaart. Distels, dorens en stenen op een met dorens bezaaide weg door een godverlaten woestijn.
Ik kan het dat volk niet kwalijk nemen dat het mort, want mij is het ook dikwijls naar morren te moede. We verlangen allemaal naar melk en honig en vinden bijna continu alleen maar distels en dorens op onze weg.
“Milk and Toast and Honey“ horen we gedurig in de radio, maar van die „Honeymoon“ waar wij mensen naar verlangen, komt meestal niet veel terecht. Je relatie begint zo zoet als honig en eindigt niet lang daarna in de doornstruiken van het gerecht. En terwijl de grote bazen de boel afromen, deelt de firma u met grote spijt mee dat ze je, om organisatorische redenen, moeten ontslaan.
Wat brengt al dat Godsvertrouwen voor ons op? Wat blijft er ons dan nog meer dan alleen maar distels en dorens?
In dit stadium hoor je dan heel dikwijls zeer vlug heel slimme antwoorden. Maar zeer weinige die echt nuttig zijn. Daar hoort ook dat stereotiepe antwoord bij dat ons uitlegt dat we nu door de woestijn moeten, maar dat het land van melk en honig ooit nog wel zal komen, en wie het nu niet kan beleven, die zal het in het hiernamaals zeker meemaken. Zo’n typische vertroosting van de Kerk naar het hiernamaals. Het leven wordt tot een aards tranendal herleid zodat het de moderne mens amper nog iets te bieden heeft. Want met dergelijke antwoorden laten de mensen zich in onze tijd niet meer afschepen, net zoals het Joodse volk in de woestijn ook geen genoegen meer nam met de voortdurende uitvluchten van Mozes.
En dan komen er weer anderen die al die dorens en distels gewoon weg proberen te discuteren. Je moet alles niet zo negatief zien, het is toch eigenlijk ook niet zo erg als het er uitziet, je kan er ook iets goeds in zien. De distels steken wel, maar ze zien er toch niet zo verschrikkelijk lelijk uit. Zeg dat maar eens zonder blozen, tegen iemand die met zijn voet net in een grote doorn is getrapt.
Dergelijke woorden helpen niet, maar worden door diegenen die in nood verkeren al bijna als spot ervaren.
Dan hou ik toch meer van Gods reactie in de lezing van vandaag: Hij houdt niemand aan het lijntje en Hij discuteert ook niets weg. Ja, je bent in de woestijn, overal groeien dorens en distels, de weg is dikwijls verdomd lastig, en van Gods aanwezigheid is niets te merken. Maar zijn tegenwoordigheid is niet te merken omdat ze niet groot wordt uitgebazuind of aangeplakt, zodat ze iedereen onmiddellijk zou opvallen. God zegt tegen Mozes dat hij ook onder de stenen moet zoeken
Zoek Gods tegenwoordigheid onder de stenen. Ruim de stenen op om die bronnen te ontdekken die ook in de woestijn opborrelen.
We zijn niet in het beloofde land, dat is zeker. Maar we bevinden ons ook niet in een tranendal. God is aanwezig. Je kan mislukken, je kan je schuldig maken, dromen kunnen uiteenspatten en dat doet pijn. Er zijn ook altijd weer redenen om God voor alles verantwoordelijk te maken, om tegen Hem te morren en Hem onze wrevel in het gezicht te schreeuwen.
Maar achter de stenen, dikwijls veel meer in het verborgene als ons lief is, zijn er bronnen, die we ondanks alle toch kunnen ontdekken, niet in de verre toekomst, maar wel hier en nu. Bronnen waaruit levendigheid, tevredenheid en geluk opborrelt en waarin God zich openbaart als diegene die zijn woord gestand doet. Die bronnen moeten we ontdekken, ook in ons eigen leven.
Misschien gaat het in deze vastentijd niet zo zeer om vasten of om boete doen. Misschien gaat het er meer om, onze wichelroede boven te halen om Gods waterlopen in ons leven terug te ontdekken.
Laten wij die stromen vinden en door hen ook de kracht en de moed om verder door de woestijn te trekken. En wanneer we zelf niets vinden, denk er dan gewoon aan: Je kan zoiets niet altijd alleen aan. Soms is er ook een Mozes nodig om je naar die verborgen stromen te leiden. Amen